Afbeelding
Wouter Kleyn

De drie wijzen uit de auto

Overig

Wouter de Kleyn is columinst en tekstschrijver. Speciaal voor ‘t Groentje schreef hij dit kerstverhaal. ,,We reizen mee met een gezin op weg naar het kerstdiner (’alweer hazenpeper’) bij oma. Tijdens de rit komen er grote en minder grote actuele onderwerpen aan de orde. De kinderen blijken veel meer oog te hebben voor anderen dan vader.”

‘Bij oma krijgen we met kerst altijd hazenpeper, weten jullie nog wel? Dus dit keer ook. En weet even; we vinden het lekker! En laten we proberen een beetje netjes te eten, goed?’

Ik kijk in mijn achteruitkijkspiegel en ben op zoek naar bevestiging voor deze woorden, maar op de driemansterke achterbank reageert niemand. In de duisternis van de snelweg lichten de gezichten van mijn kinderen Peter en Taco op door mobiele telefoons. Onverstoorbaar zijn ze. De kleinste van de drie zit in het midden en volgt mijn verrichtingen op de weg.
‘Is dat van echte haas gemaakt?’, vraagt mijn dochter Elly.
‘Ja joh, vanmiddag leefde ie nog’, klinkt het meteen naast haar, ‘op een knollen-knollenland. En nu zoekt Hazeltje tot de maan en terug naar papa, maar die is afgeknald! Zielig he?’
Hij heeft geen seconde opgekeken van zijn telefoon.
Ik negeer zijn poging om zijn zus overstuur te helpen.
‘Ieuw’, zegt Elly, ‘dat eet ik niet.’
‘Echt pap, krijgen we weer dat vlees met die kogels erin? Met die rare jam erbij? En puree? Getver!’, vervolgt Taco het gesprek.
‘Echt wel, en ijstaart toe. En vooraf eten we paté, met een pluk peterselie erop en met geroosterd brood erbij’, weidt zijn broer uit. ’Eigenlijk precies hetzelfde als alle jaren. Oma maakt hazenpeper en is megagestrest als we binnenkomen.’
Ze praten, maar blijven gefixeerd op hun eigen telefoon, alsof ze elkaar aan het videobellen zijn.
‘Moeten we de hele tijd aan tafel blijven, mam?’ informeert Taco.
‘We kijken even hoe het loopt jongen, maar denk dat oma het wel leuk vindt als jullie blijven zitten.’
‘De opa van Bob is dood.’ Elly zegt het alsof ze net zelf zijn dood heeft vastgesteld.
‘Wat zielig’, antwoord ik, ‘is hij erg verdrietig?’
‘Hij vindt het wel jammer, ja.’
We passeren afslag Bunnik. Het is nog ongeveer een half uur rijden naar mijn ouderlijk huis in Bodegraven. Ik heb geen zin. Kerst is altijd gedoe. Eerste kerstdag Bodegraven, dat is standaard. Elk jaar behalve twee jaar geleden, toen mijn vader plotseling overleed, toen was het bij ons. Mijn vrouw kijkt rechts uit het raam. Ze is in gedachten.
‘Als we straks binnenkomen, dan wil ik dat jullie oma even netjes begroeten en een vrolijk kerstfeest wensen, leuk als je haar daar bij aankijkt, en ook leuk als jullie meer dan alleen maar ‘prima’ antwoorden op haar vragen, vervolg ik mijn instructie.
Stille achterbank.

In het begin waren we allemaal nog samen tegen corona. Nu alleen nog tegen elkaar. Iedereen is zo boos. We hebben allemaal last van corona

‘Horen jullie dat?’
‘Prima…’, klinkt het in koor.
‘Mag ik muziek draaien?’ Taco is het duidelijk niet eens met mijn keuze voor de Top2000. We schakelen net van Al Stewart naar van Slade. ‘Nope’, antwoord ik, ‘nummers als ‘Faktap Broeder’ voelen niet als een kerstsfeer verhogend. Enne, het is mijn auto.’
Taco mompelt zacht iets met ‘ouwelullenmuziek’ en focust zich weer op zijn scherm. Ik zet de muziek wat harder: “So here it is merry Christmas, Everybody’s having fun.”
Ik moest het vroeger doen met The Cats in de auto. Dat vond mijn vader mooi. Ik werd er gek van. Palingpop. Altijd dezelfde nummers. Stugge man wel, mijn vader en ook niet zo’n Kerstman. Hij deed zijn best voor mijn moeder, maar zelf vond ie kerst maar gedoe.
‘Zie je die vrachtwagen? Die heeft mooie lichtjes!’, Elly klinkt verheugd.
‘Weet je wat ik zo mooi vind aan kerst?’ zegt mijn vrouw. Het brengt mensen samen en we kijken net iets meer naar elkaar om. Kijk ons, wij gaan gezellig naar oma om met z’n allen kerst te vieren.’

CORONA ‘Zoveel mensen brengen kerst dit jaar niet samen door.’ Peter geeft tegengas. ‘Nu met corona en zo.’
‘Ja, en hoe sneu is dat? Kijk naar oma. Die zit daar alleen in dat grote huis, ze moet extra voorzichtig zijn in deze tijd en die heeft toch haar best gedaan om er iets leuks van te maken - voor ons.’
‘Corona verpest alles. En niet alleen Kerstmis. De hele tijd met dat mondkapje, alle cafés zijn dicht, beetje afstand houden, ik kan nergens naar toe. Ik ben er helemaal klaar mee!’
‘Ja, ze moeten de wappies verplichten of anders gewoon thuisblijven! Dat doen ze toch in Oostenrijk? Anders mag je ook nergens naartoe. Goed idee!’ De broers zijn het eens.
Ik kijk in de spiegel, verbaasd dat ze een keer een mening delen.
‘Ik heb wel langer vakantie dankzij corona’, zegt Elly.
‘Het ligt wel iets genuanceerder, jongens’ begint mijn vrouw.
‘Daar gaan we…’, denk ik.
‘Er zijn mensen die niet willen vaccineren omdat ze gezond zijn. Het vaccin is heel snel ontwikkeld en dus zijn sommige mensen bang dat het niet zorgvuldig is gebeurd. Die zijn zelf heel gezond en nemen dan liever het risico dat ze ziek worden.’
‘Ja, of ze zijn bang dat Bill Gates er een microchip in heeft gedaan.’ Vul ik haar aan. Ze vindt me niet grappig.
Ze vervolgt stoïcijns: ‘vaccineren is gewoon niet verplicht, iedereen mag het zelf weten’.
‘Ik niet…’, reageert Peter. Kennelijk volgt hij de discussie ook.
‘Nee, dat klopt, maar dat was handig voor de vakantie, anders moest je elke keer testen als we uiteten gingen. Denk niet dat jij dat wilt, toch?’
‘Kijk! Zien jullie die hoge toren daar? Met al die lichtjes? Daar doen ze elk jaar de lampjes van aan. De Grootste Kerstboom!’
‘Als ze de financiering rondkrijgen…’, vul ik aan. Het levert me een verwijtende blik op.
‘Mooi hè’, vervolgt ze haar verhaal. ‘Is altijd zo kersterig! Je kan de toren van heel ver zien.’
Er komt geen enkele reactie van de achterbank. Ze zwijgen van zoveel schoonheid al betwijfel ik of de jongens überhaupt hebben gekeken.
‘Hebben jullie prikken gehad mama en papa?’ wil Elly weten.
‘Ja’, antwoord mijn vrouw, ‘wij zijn allebei gevaccineerd. Dat is een keuze die wij hebben gemaakt. Maar dat mag iedereen zelf weten. Weet je, die hele coronaperiode duurt veel langer dan we denken, met telkens nieuwe varianten.’
‘Ja, maar dat komt door de mensen die zich niet willen laten vaccineren. Daarom zitten we nu weer in een lockdown’ concludeert Taco.
Ik snap hem wel. Geen vaccin willen, maar verder wel alles willen. Je vaccineert niet alleen voor jezelf toch, maar ook voor je medemens? Pas je aan en ga verder met je leven!
Ik drum met mijn vingers op mijn stuur mee met Two Tribes; ‘Switch off your shield, Switch off and feel’.
‘Hou even een beetje afstand Meindert, je zit er veel te dicht op die auto.’
‘Ja pap, anderhalve meter, weet je nog wel?’
‘Ik heb net DRS’, verweer ik mijn rijstijl.
‘Zijn we er al bijna?’, de wagenzieke Taco meldt zich. ‘Mag mijn raam een beetje open?’
‘Nee, we zitten op de snelweg en dan doen we geen ramen open.’ En met ‘Misschien moet je even stoppen met op-je-telefoon-te-zitten…’ bied ik hem een alternatief.
Peter kijkt op van zijn telefoon. ‘In het begin waren we allemaal nog samen tegen corona. Nu alleen nog tegen elkaar. Iedereen is zo boos. We hebben allemaal last van corona. Het is tijd voor wat meer begrip, het is kerst. Dus pap, jij ook geen geruzie bij oma straks!’
‘Wow,’ denk ik. ‘Wijze woorden. Misschien heeft ie een punt…’
‘En jij Taco, wat gun jij de mensheid met Kerstmis?’
‘Dat ik muziek mag draaien!’
‘Even serieus. Peter wil van Corona af, wat wil jij?’ Taco denkt na.
I think my answer to that question is world peace!’ zegt hij stellig.
‘Haha, natuurlijk Miss Universe, dat is ook mooi om te wensen’ hoor ik naast me.
‘Ja, een kerstmiss…’, denk ik. Maar mijn vrouw denkt in een andere richting.

VLUCHTELINGEN ‘Er zijn zoveel onschuldige slachtoffers door oorlogen. En wat dacht je van die vluchtelingenstromen die daarmee op gang komen. Als je ziet wat voor hele tochten mensen maken om aan conflicten en vervolging te ontkomen. Vaak onder levensgevaarlijke omstandigheden. Ze geven alles op om elders veilig een nieuw bestaan op te bouwen.’
‘Zelfs hun familie?’ informeert Elly. ‘Dat is ook niet leuk voor kerst…’
‘Ja, ze laten alles en iedereen achter voor een onduidelijke eindbestemming. Gewoon omdat het te gevaarlijk is om te blijven’, vervolgt mijn vrouw, ‘zij zoeken asiel, zoals dat heet’.
Elly is ontsteld: ‘asiel? Dat is toch voor honden en katten?’
‘Ja, en vreemd genoeg lijkt dat ook een beetje op elkaar. Wij sluiten mensen ook op in kampen, die lijken ook wel op een asiel, want de omstandigheden zijn vaak bij de beesten af.’
‘En dan hebben we het niet over al die golddiggers die meereizen. Van die economische vluchtelingen die niet vluchten, maar een beter leven voor ogen hebben, bij ons’. Dat denk ik, maar ik zeg: ‘En weet je waarom veel asielzoekers naar Nederland willen, ook al is het hier al heel druk? Omdat wij tolerant zijn, bijvoorbeeld met geloof, maar ook welvarend. Ze kunnen hier terecht voor geld. Dat maakt ons een goeie eindbestemming.’
Ik trek de auto door de bocht. Mijn vrouw trekt een wenkbrauw op terwijl ze me aankijkt. ‘Ze vluchten in eerste instantie weg van gevaar! Beetje meer medeleven op kerstavond graag. Luister maar niet naar papa, die heeft met het kerstdiner liever geen gast aan tafel!’

Als je iemand mist die er niet meer is dan is dat de liefde die je nog voor iemand voelt

‘Tuurlijk, anders blijf je lekker links rijden…’ Voor mij heeft de bestuurder duidelijk geen oog voor de ruimte op de rechter rijbaan.
‘Ik maak me gewoon een beetje zorgen over onze veiligheid, hoor jongens. Je weet niet wie of wat je binnenhaalt. Tussen al die vluchtelingen hoeft maar één terrorist te zitten en dan…’ ik laat een pauze vallen voor dramatisch effect.
‘Wat een onzin vertel je de kinderen, Meindert! Wat denk je van die vluchtelingencrisis in Polen, in Griekenland, noem maar op. Brussel betaalt dikke miljarden om die allemaal buiten de EU te houden, maar onder welke omstandigheden? Lekker gastvrij voorbeeld ben jij voor je kinderen!’
‘Het is gewoon beter om de vluchtelingen in de buurt van hun thuisland op te vangen, zodat ze terug kunnen als de situatie daar verbetert.’
De Top2000 zingt een nummer van Joy Division: ‘See the danger, Always danger, Endless talking, Life rebuilding, Don’t walk Away.

‘Ik begrijp jou niet. Echt niet! Ikweetniethoeveel mensen wachten in overvolle kampen onder onhygiënische en inhumane omstandigheden en met onzekere wachttijden tot iemand een keer over hun lot beslist. De vluchtelingenproblematiek ontstijgt jouw kleine wereldje jongeman. Zij zitten opgepropt en jij zit straks volgepropt. Ze moet eens wat verder kijken dan je neus lang is. Heb uw naasten lief!’ Ze wendt haar hoofd van me af. ‘Tjonge, wat ben jij kortzichtig!
‘Pap’, begint Taco voorzichtig, de middelste intervenieert, ‘die mensen moeten vluchten, worden opgesloten in kampen, in coronatijd en met kerst. Waarom doen wij niet meer? Wij hebben genoeg.’
‘De hazenpeper wordt lastig delen jongen, maar doneren kan wel’, antwoordt mijn vrouw. ‘Jullie mogen alle drie een goed doel uitkiezen voor een kerstdonatie, goed?’
Ik maak een snelle rekensom.
‘Dan doneer ik voor kanker. Ik wil dat Bob niet verdrietig is met kerst.’
‘Dat snap ik schat’, het is ook zielig voor Bob. Was zijn opa al oud?’ Ik check haar even in de achteruitkijkspiegel. Ze kijkt onbewogen.
‘Oud en ziek. Hij heeft er over verteld in de klas.’
‘Zijn we er al bijna?’, Taco oogt nu wat pips.
‘Wat sneu zo vlak voor zo’n familiefeest. Jouw opa is alweer een paar jaar geleden overleden, maar dat blijft moeilijk. Zeker met de feestdagen.’
‘Ik wil niet dat mensen dood gaan, dan hoeven we ook niet meer verdrietig te zijn.’
‘Dat begrijp ik en toch hoort dood op een rare manier bij het leven, meisje. Oude mensen maken plaats voor nieuw leven, maar dat betekent niet dat we ze niet missen. Oma mist opa nog elke dag.’
We zijn er bijna. Ik stop bij het verkeerslicht. Er is verder niemand op de donkere kruising.
‘Pap…’ Taco gooit plots het portier open en hangt naar buiten. Zijn broer en zus kijken vol afschuw.
‘Lekker ouwe, misschien had je niet alle chips op moeten eten’, steunt Peter zijn zieke broer.
‘Gaat het jongen? Informeer ik als hij het portier na de gulle klets weer dichtslaat.
Ik wacht zijn antwoord niet af en trek op. ‘Wel respect voor je timing Taco! We stonden net even stil en je hebt nu weer genoeg ruimte voor oma’s hazenpeper! Knap werk!’
Niemand kan erom lachen.
Elly is nog niet klaar. ‘Als je iemand mist dan houd je gewoon nog heel veel van die persoon. Dus als je verdrietig bent, dat is dan eigenlijk zeggen dat je nog van iemand houdt, maar je kan het ze niet meer vertellen. Dat ga ik straks tegen oma zeggen en dan geef ik haar meteen een dikke knuffel.’
‘Ik weet dat je nooit meer komen zal, maar houd vast aan wat het was’ zingt Thomas Acda door de wagen.
Mijn vrouw draait zich naar haar toe. ‘Wat een goed idee, en wat een wijze woorden meisje! Ik denk dat je helemaal gelijk hebt. Als je iemand mist die er niet meer is dan is dat de liefde die je nog voor iemand voelt. Ik denk dat Bob en zijn familie vanavond zijn opa gaan missen. En dat is mooi. Die mensen zijn weg, maar ze zijn er voor altijd. In onze herinnering. Laten we vandaag allemaal iemand missen! Mensen verdienen het om gemist te worden met kerst!’
‘Daarom heet het ook Kerstmis…’ klinkt het van de achterbank.

Ik sla linksaf de straat van mijn moeder in. In tuinen van buren benadrukken verlichte bomen de kerstsfeer. Mijn ouderlijk huis steekt donker af tegen al dat licht, dat stemt me verdrietig. De kerstverlichting buiten was altijd mijn vaders taak. ‘Ik mis je ouwe!’
Ik zie mijn kinderen als ik de auto achteruit inparkeer. Ik ben trots op ze. Ze zijn niet van de hazenpeper, maar er zit veel kerst in deze drie wijsneuzen.
Ik heb zelf meer dan genoeg aan één Kerstmis, maar het kerstdenken dat zouden we het hele jaar moeten doen.
Elly rent naar de voordeur, zij wil aanbellen. Peter en Taco slomen achter haar aan.
‘Ga je straks dan hazenpeper kotsen? Kots met kogels?’ De oudste slaat zijn broer op zijn achterhoofd.
De voordeur gaat open, goudgeel licht slaat op de kinderen. Het oude mensje in de deuropening nodigt ze binnen. Ik pak de hand van mijn vrouw en volg naar binnen.
Ik knuffel mijn moeder net iets te lang en geef haar een kus op haar wang. ‘Vrolijk Kerstmis mam!
Wat ruikt het hier lekker! Hazenpeper? En hee, volgend jaar hang ik de lichtjes buiten voor je op!’
Ik hang mijn jas aan de kapstok, naast die van mijn vader. Ik kom te weinig thuis, besef ik. Eigenlijk is het een ritje van niks…

'Kijk! Zien jullie die hoge toren daar? Met al die lichtjes? Daar doen ze elk jaar de lampjes van aan. De Grootste Kerstboom!'
‘Tuurlijk, anders blijf je lekker links rijden…’ Voor mij heeft de bestuurder duidelijk geen oog voor de ruimte op de rechter rijbaan.
Afbeelding
advertentie