
Ingezonden brief over huisvesting van vluchtelingen met uitgebreide reactie van de gemeente Wijk bij Duurstede
27 juli 2023 om 11:11 MaatschappelijkWIJK BIJ DUURSTEDE Wijks Nieuws ontving een ingezonden brief van dhr Piso over de wachttijd voor een sociale huurwoning voor vluchtelingen in relatie tot die van een Wijkenaar. De krant vroeg de gemeente om uitleg. Kort samengevat komt het antwoord hier op neer: de gemeente is wettelijk verplicht om statushouders te huisvesten, tegelijk verloopt de woningbouw te traag.
INGEZONDEN BRIEF
Huisvesting. Twee stukjes in de Wijkse Courant over huisvesting en een vluchteling.
Volgens de gemeente is de wachttijd voor een sociale huurwoning 9 jaar. Elders een verhaal over een vluchteling die 2 jaar in Nederland is en nu al een woning heeft in Wijk bij Duurstede. Kennelijk is de wachttijd van 9 jaar voor Nederlanders maar dat zet de gemeente er niet bij. Over discriminatie gesproken. Fijne gemeente.
T.F. Piso Wijk bij Duurstede
De artikelen waar dhr. Piso aan refereert zijn waarschijnlijk https://www.wijksnieuws.nl/lokaal/achtergrond/945337/ik-vertrok-maar-niet-vrijwillig-yazan-over-zijn-komst-naar-ne en https://www.wijksnieuws.nl/lokaal/wonen/945568/realisatie-van-flexwoningen-op-het-voormalig-terrein-van-mane
REACTIE VAN GEMEENTE
Omdat meer inwoners met dit vraagstuk worstelen vroeg Wijks Nieuws de gemeente om uitgebreide uitleg, die hieronder in zijn geheel te lezen is.
Internationaal Vluchtelingenverdrag
Wereldwijd zijn miljoenen mensen op de vlucht. Voor oorlog, of geweld. Of voor vervolging vanwege bijvoorbeeld hun godsdienst, seksuele voorkeur of politieke overtuiging. Een aantal van hen vraagt in een ander land ‘asiel’ aan. Ze doen daarmee een beroep op bescherming op grond van het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties. In het internationale Vluchtelingenverdrag staat wanneer iemand in aanmerking komt voor de status van vluchteling en daarom recht heeft op bescherming. Inmiddels zijn meer dan 150 landen bij dit verdrag aangesloten: zij erkennen het recht op bescherming van vluchtelingen. Ook het Nederlandse asielbeleid is gebaseerd op dit internationale Vluchtelingenverdrag. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) voert het asielbeleid uit en behandelt alle asielaanvragen.
Asielprocedure
Een asielzoeker die Nederland binnenkomt, meldt zich bij de Vreemdelingenpolitie (AVIM) en de IND voor identificatie en registratie. Dat kan in Budel en Ter Apel. Direct na deze aanmelding krijgen asielzoekers onderdak in een centrale ontvangstlocatie van het COA. Asielzoekers die aankomen op Schiphol, melden zich bij de Koninklijke Marechaussee. Daarna verhuizen ze naar een opvanglocatie van het COA.
De asielaanvraag wordt in behandeling genomen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De procedure van asielaanvraag kent drie mogelijke uitkomsten:
1 - De IND kent een tijdelijke verblijfsvergunning toe;
2 – De IND wijst de asielaanvraag af;
3 – De IND heeft meer tijd nodig voor de beslissing; de aanvrager komt dan in de verlengde asielprocedure.
Verblijfsvergunning - statushouder
Als de IND heeft besloten dat een asielzoeker recht heeft op de vluchtelingenstatus, dan krijgt hij/zij een tijdelijke verblijfsvergunning die 5 jaar geldig is. Men is dan statushouder. Statushouders hebben recht op huisvesting. Zij moeten ook een inburgeringsexamen afleggen. Statushouders blijven in een azc wonen totdat ze woonruimte krijgen aangeboden in een gemeente.
Huisvesting – de gemeentelijke taakstelling statushouders
Nadat de asielzoeker de (tijdelijke) verblijfsstatus heeft gekregen, is deze dus statushouder geworden. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) heeft na vergunningverlening twee weken de tijd om informatie over de vergunninghouder te verzamelen en deze te koppelen aan een gemeente. Na deze koppeling heeft de gemeente 10 weken de tijd om huisvesting te regelen en twee weken om de verhuizing te laten plaatsvinden. De totale doorlooptijd - van vergunning tot verhuizing - moet dus in totaal 14 weken bedragen en 12 weken (of 3 maanden) voor alleen de verhuizing.
Het gaat hier om in 2012 bestuurlijk gemaakte afspraken tussen het rijk, provincie en gemeenten over de termijnen waarbinnen het in de praktijk mogelijk moet zijn om de huisvesting te regelen. Te zien is echter dat statushouders nu na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning doorgaans langer dan drie maanden in een AZC verblijven. Het legt bovendien extra druk op de opvang bij het COA en leidt tot noodtoestanden in Ter Apel met buiten slapen en de noodzaak tot crisisnoodopvang (zoals te zien is geweest in 2022 in Wijk bij Duurstede).
De aangekondigde spreidingswet moet de druk van de ketel bij de centrale opvang halen door afspraken te maken over gedeelde gemeentelijke opvang van statushouders, zodat deze niet langer de ‘prop’ vormen van nieuwe asielzoekers die hierdoor geen onderdak verschaft kan worden.
De Rijksoverheid bepaalt elk half jaar het aantal statushouders dat elke gemeente moet huisvesten: de gemeentelijke taakstelling. Deze taakstelling is een verplichting van de gemeenten (zie link voor aantallen). De provincie is toezichthouder voor het naleven van deze taak.
Wachttijd sociale huurwoningen
De wachttijd voor sociale huurwoningen is al jaren hoog en loopt langzaam op. Dit komt deels door de genoemde taakstelling (vraagzijde) maar de grootste oorzaken liggen daarbuiten. Die vraagzijde wordt ook bepaald door vergrijzing, verdunning en extramuralisering. Dit betekent: we worden steeds ouder; we wonen gemiddeld gezien met steeds minder mensen in een huis (minder kinderen, meer scheidingen, etc.); mensen kunnen door thuiszorg of verpleging langer zelfstandig blijven wonen i.p.v. binnen de muren van een intramurale instelling zorg ontvangen.
Bij de aanbodzijde zien we dat de bouw van woningen in Nederland van idee tot realisatie tussen de 7-10 jaar tijd vergt. De te verrichten onderzoeken en ruimtelijke procedures nemen veel jaren in beslag.
De bouw van sociale woningen levert voor ontwikkelaars niet of nauwelijks geld op. De stapeling van eisen (meer groen, meer duurzaamheidseisen, de gestelde parkeernormen, etc.) maakt dat woningen lastiger te realiseren zijn binnen de gestelde financiële kaders. De sterk gestegen bouwkosten zijn daarin niet behulpzaam en maken het probleem groter. Dit maakt dat ontwikkelingen op de langere baan worden geschoven en er nog meer schaarste ontstaat (en dus langere wachtlijsten). Het Rijk ziet dit ook en probeert met Woondeals de bouwzwengel aan te draaien. Deze deals vallen over het algemeen echter alleen neer in de grotere plaatsen of daar waar mobiliteitsknooppunten liggen.
En daar waar het Rijk (en Wijk bij Duurstede) extra wil bouwen, hanteert de provincie nog steeds strenge richtlijnen voor het bouwen buiten het stedelijk gebied (de voormalige rode contour).
Flexwoningen
Met behulp van een Rijkssubsidie kan de gemeente aan de slag met flexwoningen. Dit zijn woningen die tijdelijk gebruik maken van de grond en (indien noodzakelijk) nadien verplaatsbaar zijn naar een andere locatie.
Zonder deze bijdrage van het kabinet, was het financieel niet mogelijk geweest om deze ontwikkeling van de grond te krijgen. Voorwaarde bij deze afspraak is wel dat van alle neer te zetten flexwoningen tenminste 1/3 deel bestemd is voor statushouders en ontheemden. Het andere deel kan ingezet worden voor eigen spoedzoekers.
Kort samengevat: als gemeente zijn we wettelijk verplicht om statushouders te huisvesten. Tegelijk verloopt de woningbouw te traag.
















