Wijk, beschreven in een plaatjesboek uit 1930
Wijk, beschreven in een plaatjesboek uit 1930 Alfred Stoter

Wijk bij Duurstede; beschreven in 1930

1 november 2023 om 08:05 Historie

WIJK BIJ DUURSTEDE Bij het opruimen van zijn kasten kwam Alfred Stoter uit Wijk bij Duurstede een oud plaatjesboek tegen uit 1930. In dit boek worden verschillende plaatsen beschreven in de provincie Utrecht en ook Wijk bij Duurstede ontbreekt niet.

In het deel waarin de Lek als een onzer mooiste rivieren wordt benoemd, is ook aandacht voor de Lek-stad Wijk bij Duurstede. Het wordt als volgt beschreven:

Wij hebben hier alleen-maar te maken met het Utrechtsche deel van de Lek. Laten we dus zeggen: van den Grebbeberg en ongeveer Rhenen tot bij Willige-Langerak, waar zoo-wat de Utrechtsche Loopikerwaard overgaat in den Zuid-Hollandschen Krimpenerwaard. Aan den noordelijken, dat is dus onzen Utrechtschen oever, liggen van oost naar west verschillende rivier-plaatsjes aan den Lek. We noemen als de voornaamste, na Rhenen: Elst, Wijk-bij-Duurstede, Vreeswijk, vanwaar de gekanaliseerde Vaartsche Rijn noordwaarts naar de hoofdstad der provincie Utrecht een over-drukke scheepvaart voert; verder nog de aardige rivier-dorpjes Jaarsveld en Tienhoven.

Naar onzen smaak bewaart Wijk-bij-Duurstede op de waardigste en aardigste manier het karakter van echte Utrechtsche Lek-stad. Hier ligt dan aan den rechter-oever van de rivier het stille, groengetooide stedeke. Het mooist toont het zich, als je van het water het stadje nadert, zooals het daar nu ligt, zoo rustig, met zijn mooie oude kerk en aan den rivierkant het fijne profiel van den hoogen molen, die naar het heet Jacob van Ruysdael opwekte tot het schilderen van een zijner beroemdste doeken. Vlak tegen ‘t stadje aan ligt het mooie, door den bekwamen tuinarchitect Zocher aangelegde park, dat de ruïne van het vroegere kasteel Duurstede omringt.

De geschiedenis van Dorestad is belangwekkend en boeiend; zij gaat terug tot aan ‘t eind van de zevende eeuw, toen hier een burcht lag met een handelsplaats, toentertijd zeker de belangrijkste in het gebied, dat nu Nederland heet. Zij overvleugelde verre het oude Trecht; kooplui uit allerlei landen dreven er hun handel op de marktplaats aan den oever van den Rijn; en de ambtenaren des konings inden er de belastingen. Als een bewijs voor de beteekenis van Dorestad moge gelden, dat men in de overblijfselen van de vroegere Zweedsche koopstad Birka valsche munten heeft gevonden, die gemaakt waren naar de munten van Dorestad en zelfs de vrijwel onleesbare naam Dorestad droegen; terwijl ook aardewerk en sieraden van Dorestad groote overeenkomst vertoonen met die van Birka.

Opgravingen van dr. Holwerda hebben uitgewezen, hoe het grootste deel van het oude Dorestad ten noorden van de tegenwoordige stad gelegen moet hebben aan beide zijden van de Hoogstraat, met den Cothenschen grindweg als westgrens.  De Rijn – tegenwoordig onze Kromme Rijn – moet vroeger voor een deel langs de stad geloopen hebben. In den Karolingischen tijd schijnt de hoofdkerk van de nederzetting gestaan te hebben juist op de plaats, waar thans de oude Groote Kerk staat.

Het was hier in Dorestad, dat de oudheidkundigen voor ‘t eerst een Karolingische marktplaats konden ontgraven en precies konden nagaan, hoe die er uitgezien heeft, ingedeeld en ommuurd was. Herhaaldelijk hebben de Vikingers uit Scandinavië in het begin en het midden der negende eeuw Dorestad verwoest en ingenomen. De Deensche koning Rorik was er een tijd heer en meester, omdat keizer Lotharius hem niet baas kon en hem dus Dorestad als leen gaf. In het jaar 863 is Dorestad nog eens voor het laatst platgebrand en geplunderd. Kort daarop heeft volgens oude kronieken een geweldige overstrooming plaats gehad, die in heel Holland groote verwoestingen aanrichtte, en zoo ernstig was, dat voor de poorten van het oude Trecht zeevisch gevangen werd en het zeewater tot bij Kleef den Rijn indrong. De bewoners van deze streken hebben toen bij Dorestad een dijk in den Rijn gelegd, zoodat het water van de rivier voortaan door een kleine beek, ‘geheeten de Lek’, naar zee stroomde. Daardoor kon Dorestad, dat immers aan den nu afgesloten Rijn lag, niet meer tot bloei komen en bij de beschrijving van latere tochten der Noormannen wordt dan ook niet meer van Dorestad gesproken, ook al drongen ze ver het land in, o.a. tot de burcht Ascloa, het tegenwoordige gehucht Asselt bij Roermond.

Eerst eeuwen later kreeg Duurstede weer aanzien. Het groote kasteel was een sterke voorpost van de strijdlustige Utrechtsche bisschoppen tegen de Gelderschen. Maar de stad kwam niet meer tot macht of glorie zoals vroeger. Door Philips van Bourgondië – evenals David van Bourgondië in de kerk van Wijk bij Duurstede begraven – werd het kasteel versierd met fraai en kostbaar Fransch beeldhouwwerk; maar reeds in de zeventiende eeuw, vermoedelijk tijdens de Fransche invasie van 1672, is het kasteel vernield. De inwoners van Wijk haalden er steenen weg, als ze aan hun huizen wat moesten opknappen; en eerst nadat het eens zoo pralende, kostelijke lustslot geheel tot puinhoop was geworden, is men tot herstel van één der torens overgegaan.

En die oude toren, omgeven door dichten klimop, heft zich nu hoog boven ‘t stille, groene water, tusschen de boomen van het park, als getuige van de architectonische schoonheid van het vroegere kasteel en van den ouden tijd, die wel heel merkbaar over Dorestad is heengegaan.

Tot zoover over dit typische rivier-stadje.

Mail de redactie
Meld een correctie

advertentie
advertentie