
LTO Noord: ‘Provincie Utrecht draait boeren eigenhandig de nek om’
1 december 2025 om 14:45 Natuur en milieuWIJK BIJ DUURSTEDE LTO Noord heeft in een persbericht met verbijstering gereageerd op het definitieve plan van de Provincie Utrecht dat de toekomst van het landelijk gebied in Utrecht vorm moet geven. ,,Honderden boeren in de provincie krijgen deze dagen een brief met uitleg van de Provincie Utrecht op de mat. Het mag duidelijk zijn dat de gevolgen daarvan voor de agrarische sector groot zijn.”
LTO Noord schrijft dat ,, ondanks onze intensieve inzet en inbreng de afgelopen jaren, vrijwel niets van de visie van LTO Noord is meegenomen. Voor LTO Noord is dit onacceptabel. Het plan loopt vooruit op landelijke besluiten rondom belangrijke dossiers als stikstof, ammoniak en water- en bodemkwaliteit.” Provinciaal voorzitter Utrecht Jeroen van Wijk van LTO Noord: ,,Wat hier gebeurt is ongekend. De Provincie Utrecht wil een provinciale totaaloplossing voor een probleem dat landelijk moet worden aangepakt. In Utrecht gaan de boeren hiervoor de volle mep betalen.”
BRUG TE VER
LTO Noord uit kritiek op onderdelen van het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). Volgens de organisatie krijgt landbouw in de huidige plannen een ondergeschikte positie ten opzichte van natuur. Van Wijk noemt als voorbeeld dat in een Natura 2000-gebied in Utrecht niet aan de habitatrichtlijn wordt voldaan. Volgens hem voorziet het plan in het inzetten van 80 hectare landbouwgrond rondom dat gebied om aan de richtlijn te kunnen voldoen. „Dat is voor mij een brug te ver,” zegt Van Wijk.
Het UPLG is de provinciale uitwerking van landelijke doelen voor onder meer natuurherstel, water- en bodemkwaliteit, klimaatadaptatie en de reductie van broeikasgassen en stikstof. LTO Noord stelt dat de Utrechtse aanpak vooruitloopt op landelijk beleid dat nog in ontwikkeling is. Van Wijk: „Onbegrijpelijk. Wij willen een landelijke lijn, een gelijk speelveld in heel Nederland en geen paniekvoetbal op provinciaal niveau. Het bouwstenenplan dat LTO samen met onder meer de provincies heeft ingebracht bij de commissie Schoof moet leidend zijn.”
‘SOMBER TOEKOMSTBEELD’
Volgens LTO Noord schetsen de Utrechtse plannen een somber toekomstbeeld voor de agrarische sector in de provincie. De organisatie stelt dat het programma geen passende en duurzame oplossing biedt voor de legalisatie van PAS-melders, interimmers en andere ondernemers die volgens LTO ten onrechte nog zonder vergunning werken. Daardoor zou het plan geen zekerheid bieden aan deze groep. Daarnaast uit LTO Noord zorgen over de voorgestelde stikstofzones van 250 meter rondom stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. In deze zones zou volgens het programma weinig tot niet meer mogen worden bemest, wat agrarische activiteiten volgens de organisatie nagenoeg onmogelijk maakt.
Ook de voorgenomen vernatting van veengebieden baart LTO Noord zorgen. De organisatie vreest dat dit de bedrijfsvoering van boeren en tuinders in deze gebieden aanzienlijk beperkt en dat de provincie daarmee kiest voor een vorm van veenweidelandbouw waarvoor volgens LTO nog geen bewezen verdienmodel bestaat.
‘BUITENSPEL GEZET’
Voorzitter Dirk Bruins van LTO Noord ziet dat er meer provincies bezig zijn met eigen beleid om van het stikstofslot af te komen. ,,Maar de manier waarop Utrecht dit uiteindelijk wil oplossen is rigoureus. Dit raakt verschrikkelijk veel bedrijven in meer of mindere mate. Daarnaast heb ik zorgen over conflicterend beleid met het Rijk nu er een nieuw kabinet aankomt.” Bruins wijst ook op het onderzoek dat de Nationale Ombudsman doet naar de betrouwbaarheid van handelen van de overheid tegenover boeren: ,,We krijgen al jaren te maken met veel en vaak veranderende regels. Dat zorgt dat voor onzekerheid, frustratie en stress bij boerengezinnen. Behalve de ombudsman schijnt niemand zich dat aan te trekken. Ook niet op het provinciehuis van Utrecht.”
LTO Noord beraad zich op de volgende stappen. Van Wijk: ,,Laat duidelijk zijn dat dit een plan is van de Provincie Utrecht. We zijn buitenspel gezet ondanks lange intensieve gesprekken die constructief leken. Dat is heel zuur. Conclusie is dat de belangen van de agrarische sector onzichtbaar zijn voor de Provincie Utrecht.”


















