Afbeelding
Cothen 900

Cothen 900: oprichting van een vakbeweging in 1918

24 april 2026 om 16:15 Historie

In de aanloop naar de feestelijkheden rond Cothen 900 beantwoordt dr. Kees Vernooij vragen over de historie van het jubilerende dorp. Deze week een vraag van Janneke Louisa: ,,Cothen is altijd een dorp met hardwerkende inwoners geweest, vooral in de agrarische sector en de bouw. Was daarbij ook een rol weggelegd voor de vakbeweging?”

Zeker, en wel vanaf 1916. Tot dan kende Cothen geen vakbond voor werknemers. In 1916 houden Antoon van Velsen, Willem van Leur en Hendrik Stooker besprekingen om een katholieke werkliedenvereniging op te richten. In september 1918 vraagt deken Le Blanc aan het kerkbestuur advies over het verzoek van Thomas van Dam om een werkliedenvereniging op te mogen richten. Het door de boeren gedomineerde kerkbestuur zag er eigenlijk weinig in, maar vond het gunstig om zo de katholieke arbeiders bij elkaar te houden, zodat ze niet lid van een socialistische werkliedenvereniging zouden worden. Deken Le Blanc vroeg ook de bisschop om advies. Van die zijde kreeg hij te horen dat hij werklieden ter wille moest zijn.

Op 17 november 1918 is de oprichtingsbijeenkomst. De vereniging start met 111 leden en het bestuur bestaat uit Antoon van Velsen, Thomas van Dam, Willem van Leur, H. van Rooyen en Jac. van Kleef. Tijdens de oprichtingsvergadering houdt de kapelaan een betoog tegen de revolutie; hij moedigt iedereen aan hiertegen ten strijde te trekken.

De eerste tien jaar na de oprichting vergadert men in hotel De Kroon. Vanaf het begin zijn er leden die er problemen mee hebben om in een café te vergaderen, o.a. omdat een van de belangrijkste taken van de vereniging het bestrijden van drankmisbruik is. Een andere belangrijke taak tot in de jaren zestig is het zorgen voor goedkope brandstof, zoals eierkolen en turf. Ook koopt men gezamenlijk klompen in en zelfs Amerikaans spek en koffiebonen. Een probleem was enige tijd dat de turf door een ‘andersdenkende’ werd geleverd.


Bouwvakkers uit Cothen rond 1950 op retraite - Kees Vernooij

Het is opvallend dat vanaf de oprichting tijdens ledenvergaderingen de relatie werkgever – werknemer nooit ter sprake komt! In 1933 vraagt men aan de geestelijk adviseur om met de jonge boeren te gaan praten over de lage lonen van de arbeiders. Met ‘oude boeren’ daarover praten, werd als zinloos gezien.

Mail de redactie
Meld een correctie

advertentie
advertentie