
#wijzijnwijk - Sander Waslijah: ‘Wie goed doet, goed ontmoet’
14 november 2023 om 11:41 Mensen #wijzijnwijkWIJK BIJ DUURSTEDE Sander Waslijah is 38 jaar en geboren in de Muntstraat. ,,Mijn moeder is van de Landscheidingsweg en mijn vader komt uit Indonesië, maar is opgegroeid in Zeist. Ik heb dus de eerste jaren in de binnenstad gewoond, voordat we naar de Noorderwaard verhuisden.”
door Hannie Schadee
,,Je liep gewoon bij vriendjes binnen en iedereen kende elkaar; sociale controle was er gewoon, dat is nu wel anders. De Muntstraat vind ik trouwens qua uitstraling nog steeds het mooiste van Wijk.”
Sander woont inmiddels met vriendin en zoontje Mees met veel plezier in de Geer, maar heeft ook twee jaar in Cothen gewoond, omdat woonruimte vinden in Wijk toen niet lukte. ,,Ik heb ook binding met Cothen en ik ben een fervent carnavalist in de omgeving. Ik heb ook een bouwgroep opgericht: De Wijsneuzen, waarmee we al sinds 2007 meedoen met regionale optochten. Ik ben raadslid en adjudant geweest bij de Brienkneuters uit Cothen.”
Vrijwilligerswerk doen is Sander met de paplepel ingegoten; zijn moeder doet namelijk ook veel vrijwilligerswerk, met name voor de RK kerk. ,,Netwerk is een van de belangrijkste dingen in het leven. Ik heb plaatjes gedraaid in toen nog café-bar de Kruif en ben vrijwilliger geweest bij ‘t Wijkhuis, voorzitter van de Jongerenraad en vrijwilliger en bestuurslid van Stichting Kivak. Bij veel evenementen van Wijk heb ik vaak rond gelopen als vrijwilliger (meestal voor het geluid en licht), zoals de Sinterklaas intocht, Kleurrijk Wijk, Blues bij Duurstede, Shanty koren festival, Singelloop en nog meer.
Nu ben ik nog actief bij ‘Schaats bij Duurstede’. Het is heel leuk om te doen en ik vind dat je wat terug moet geven aan Wijk. Het is kleinschalig hier, een stad met dorpse eigenschappen en ik kan mijn ei hier kwijt. Er wonen schitterende mensen in Wijk en ze zijn er voor elkaar. Het is hier leuk en gezellig en dan doe ik graag mee.”
Een leuke foto maken we op de Mazijk. ,, De steen met tekst van Nijntje staat er nog, maar het klimrek is weg en nooit teruggekomen en dat vind ik erg jammer.”
De tekst op de achterkant luidt:
en zij klommen in het klimrek
en zij speelden op het plein
en zij dansten op het grasveld
hoi-hoi-hoi riep kleine nijn.


















