Dick Breeuwer is 81 jaar en heeft de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog bewust meegemaakt. „Ik heb het allemaal gezien, bombardementen, treinen met Joden, mensen die zijn gefusilleerd. De kou, waarbij je lippen aan de deken vastvroren, het eten van de pulp van suikerbieten. Maar ook zag ik dat mensen die niet hadden geholpen in de oorlog, vooraan stonden na de bevrijding om de meisjes die omgingen met de Duitsers te straffen." Als 19-jarige werd hij uitgezonden naar Nieuw-Guinea. „Driekwart van de tijd zat ik in het oerwoud Als jongen ging ik er naar toe, op 21-jarige leeftijd kwam ik als man terug. Die herinneringen blijven altijd." De afgelopen jaren maakte hij een rondje langs de belangrijke plaatsen van de Tweede Wereldoorlog: Normandië, maar recentelijk ook Bergen-Belsen. „Het is erg indrukwekkend en je realiseert je hoe zinloos dit is geweest."

Roger ten Brink is al 34 jaar in dienst bij het korps Mariniers. Vanaf begin jaren '90 is hij iedere anderhalf jaar op uitzending geweest. Bij de eerste Golf oorlog, in Cambodja, Bosnië, Afghanistan, Irak en Mali. Hij kreeg daarbij steeds meer verantwoordelijkheden. Het werk geeft hem veel voldoening, al is het niet altijd leuk. „Ons werk wordt vaak onderbelicht, veel mensen hebben ongenuanceerde meningen. In Afghanistan en Irak hebben we dan wel niet bereikt wat we wilden, maar in veel landen is het beter geworden. Iedereen wil stabiliteit."

Ton van Wette begon in 1978, evenals Dick en Roger, als dienstplichtige. Hij is onder andere uitgezonden geweest naar de Perzische Golf, waar hij werkte met mijnenjagers. Later was hij weer betrokken bij de Golf oorlog, maar ook was hij op Haïti waar hij de verkiezingen begeleidde en in Afghanistan, bij de politietraining in Kunduz. „Het werk was er moeilijk omdat de mensen daar steeds rond bewegen en je niet weet waar ze bij horen. De opiumhandel is er belangrijk en is een belangrijke bron van inkomsten voor veel gezinnen, dat willen ze behouden." In 2014 ging Ton met functioneel leeftijdsontslag.

HERDENKING Jaarlijks zijn de veteranen aanwezig bij de 4 mei herdenking. Ton: „In Wijk hebben we een spontaan comité veteranen." Dit jaar zouden zij ook een bijdrage leveren aan 75 jaar vrijheid met een expositie en beleving in Theater Calypso. Op de scholen vertellen ze met het project 'Veteranen in de klas' over hun werk. „We vinden het belangrijk om jongeren hierover te vertellen. Voor hen is vrijheid normaal. Dat dit niet vanzelfsprekend is willen wij doorgeven. We leggen uit wat de VN doet, wanneer wij als Nederland meewerken en wat de dilemma's zijn. Als we bij het Revius over ons werk vertellen, gebruiken we die dilemma's soms. Bijvoorbeeld; jij hebt drie flessen water, een ander niets. Wat doe je? Waarom moet je die drie flessen water zelf houden. Datzelfde geldt ook voor medicijnen. De standaard vraag van kinderen is altijd of je geschoten hebt. We vertellen dan dat je alles doet wat op dat moment nodig is en dan koppelen we de vraag terug. Waarom wil je dat weten?"

FYSIEK EN PSYCHISCH ZWAAR Allemaal maakten ze mooie dingen mee, maar ook verschrikkelijke dingen. Ze maken de vergelijking met de huidige coronacrisis. „Kijk bijvoorbeeld naar het hamsteren van toiletpapier. Beschaving is eigenlijk niets." Veel veteranen hebben PTSS. Alle drie hebben ze daar de nodige ervaringen mee. Dick: „Iedereen beleeft het anders. Ik ben twee keer teruggeweest naar het gebied. Voor sommigen is dat erg emotioneel." Naar Afghanistan zijn nabestaandenreizen georganiseerd om het voor de familie mogelijk te maken zo dicht mogelijk te komen bij de plek waar hun dierbaren zijn omgekomen. Roger zat twee jaar in Amerika. „'s Avonds was ik met mijn vrouw aan het wandelen toen de commandant en pastoor het terrein op kwamen. Direct zag je iedereen stilstaan om te kijken bij welke deur ze zouden aanbellen. In Afghanistan zijn 26 Nederlanders omgekomen, in Amerika is het aantal gesneuvelden enorm." Daarnaast zijn er zo'n 400 Nederlandse gewonden die in Afghanistan zijn geweest. Brandwonden, blijvende verwondingen, PTSS. Daar wordt veel te weinig ruchtbaarheid aan gegeven. We beseffen niet hoe goed we het hier hebben, totdat je in die landen bent geweest
. Wat het werk zo mooi maakt is dat militairen alles met elkaar delen. Het individu is niets. Dat leer je in je opleiding. Discipline is een must. „Wil de mensheid leven, dan moet de mens zich geven," vult Ton aan. „In het begin is het een avontuur en fysiek zwaar. Veel mensen vallen al snel af, want ook psychisch is het zwaar. Eerst is het vooral trainen en oefenen. Steeds meer ga je je grenzen verleggen. Wat je in je opleiding geleerd hebt, dat redt je. Je moet vertrouwen hebben in je team." Roger vergelijkt het wel eens met een profvoetballer. „Je wilt dan ook voor Ajax spelen, de selectie halen, als marinier de berg op en een nog hogere berg op. Zo zijn we gekweekt. Dan komt de echte wedstrijd, de uitzending en leer je: ben ik, als het er op aankomt, wel de man die ik wil zijn?" Op veteranenavonden zie je dat terug, dan staan ze nog steeds met z'n allen voor elkaar. De zwartgallige humor is ook kenmerkend. Zo wordt gedeald met stress en ellende.

NAAR HUIS Ook het thuisfront moet niet worden onderschat. Zij zorgen ervoor dat daar alles door blijft draaien. Als je dan thuiskomt en je overal mee gaat bemoeien, gaat dat vaak fout. De marinier mist die eerste tijd zijn buddy, het is een heel ander leven. Alleen collega's begrijpen dit. Roger: „Tegenwoordig is daar wel meer aandacht voor en ga je niet direct bij terugkomst naar huis. Eerst worden ze opgevangen in een hotel, moeten burgerkleding aan en is er een barbecue. Dit is eigenlijk bedoeld om de mindset terug te brengen naar huis. Daarom is het ook zo belangrijk dat er kan worden gepraat met professionele hulpverleners en ervaren militairen, die weten wat je hebt doorgemaakt. Het is een moeilijk vak en ze merken dat er bij jongeren maar weinig animo voor is. Veel stappen zo rond hun 26ste jaar ook over naar andere overheden, zoals de politie of brandweer.

Nu hebben we te maken met een onzichtbare vijand, het coronavirus. Er zijn ook overeenkomsten. „Beschaving is een dun laagje vernis. Je ziet mensen in deze tijd hamsteren en alleen aan zichzelf denken. Het zou mooi zijn als we hier iets van leren. In deze coronacrisis wordt veel gesproken over triage, maar dat heeft altijd al bestaan. Wij hebben verschillende malen de keuze moeten maken; wie kan ik redden?"

door Ali van Vemde